Recensie door Ad Kil, december 2005
Toolkit Mediation: een mijlpaal in de ontwikkeling van mediation in
Nederland! Over perfect timing gesproken! 10 jaar NMI en de
verschijning van Manon Schonewille’s Toolkit voor de Mediator en
Onderhandelaar. Marketingtechnisch is geen beter moment denkbaar. De
congresgangers die de speciale congreseditie ontvingen zullen deze
uitgave dan ook vast goed bewaren. Het schrijven van een toolkit
is bijzonder ingewikkeld. De auteur dient een overzicht te geven van
algemene en specifieke instrumenten, de focus dient te liggen op
specifieke en praktische “know-how”, het moet allemaal kloppen, de
mainstream van opvattingen en technieken dient te worden besproken,
varianten dienen respectvol geëvalueerd te worden en de lezer moet
er goed de weg in kunnen vinden. Het is een proces van kiezen,
wegen, schrappen, aanscherpen. Het is zeker ook een kwestie van
moed, van je nek durven uitsteken en je durven stellen: dit is mijn
opvatting over de stand van zaken. Dit is wellicht ook een reden
waarom zo weinig publicisten zich hieraan wagen. Dit is op zich al
een reden om de auteur te complimenteren. Het eerste dat opvalt,
is de aandacht die geschonken is aan de routing door de tekst, het
vinden van thema’s binnen de context, de interne verwijzingen en de
smaakvolle lay-out. Dat is ook wel nodig want ook al oogt het boek
vrolijk en is het goed geschreven, het is een serieus boek met een
hoge informatiedichtheid en sterke focus. Niet iedereen reageert
gelijk op een dergelijke structurering, maar de waarde van de
informatie neemt aanzienlijk toe als de lezer zich eerst verdiept in
de opzet. Teksten in dit boek zijn namelijk contextueel. Dat
betekent dat sommige onderdelen meerdere keren aan de orde komen,
maar dan in verschillende contexten en het routingsysteem geeft dan
aan in welk licht de informatie begrepen moet worden. De auteur
vertrouwt zo op de routing dat er zelfs geen trefwoordenlijst is
opgenomen, en na enig testen kan geconstateerd worden dat dat ook
niet echt nodig is. In dit boek is een intelligente oplossing
gevonden voor het didactische vraagstuk waar opleiders steeds
tegenaan lopen: in het begin moet er zoveel gezegd worden dat de
focus snel verwatert. Door interne verwijzingen, het gebruik van
iconen en het naar achter schuiven van specifieke situaties (die
vaak eerder worden aangekondigd) kun je steeds kiezen bij de
hoofdtekst te blijven, te verdiepen, of eens lekker door het boek te
surfen. Het boek is geschreven voor mediators. Hoewel de titel ook
over Onderhandelaar spreekt is het maar de vraag of het boek
daarvoor eenvoudig toegankelijk is. Voor het ontwerpen van
bijvoorbeeld een onderhandelingscursus is een alternatieve route
door het boek niet eenvoudig te maken. Voor professionals die
cliënten bijstaan in een mediation, bijvoorbeeld bij het
onderhandelen, is het boek zeker zinvol; zo is het ook bedoeld.
Regieaanwijzingen voor dergelijke professionals zijn vanuit het
perspectief van de mediator geschreven en geplaatst binnen planning
en afspraken, maar een instructie voor het gedrag van/aan dergelijke
ondersteuners zou zeker nog uitgebreider kunnen. Deze laatste
opmerking geeft al aan dat dat het erg verleidelijk is te zoeken
naar de eigen stokpaardjes en die bij afwezigheid daarvan, in te
willen voegen. Daarmee zou het karakter van een toolkit steeds
verder wordt aangetast en richting handboek opschuiven. Een paar
punten verdienen extra aandacht. Ook hier wordt de Harvardmethode
net iets te gemakkelijk tegen mediation aangeplakt en niet echt
geïntegreerd. Het is er in mediatend Nederland kennelijk niet meer
uit te branden, maar de Harvard “methode” is eigenlijk toch niet
veel meer dan een incomplete, cultuur bepaalde set van ontwerpregels
voor onderhandelingen, en geen methode. Het blijft jammer dat de
sociaal-psychologische, de economische-, de speltheoretische- en
constructivistische benadering van het onderhandelen ook bij
mediation tot nog toe zo weinig ingang heeft gevonden. Terwijl
dergelijke benaderingen veel bruikbaarder proceselementen bevatten
dan de Harvardmethode sec. Hoewel de auteur laat zien dat ze ook die
theorie beheerst en ook laat zien dat het zonder deze inzichten toch
ook niet echt opschiet (bijvoorbeeld: verliesminimalisering,
currently perceived choice, en cognitieve dissonantie), zou (naar
mijn stokpaardje) de kop Besluitvorming bij Onderhandelen, met
daarbinnen naast andere principes zoals hierboven, en die van
Hardvard mooier geweest zijn, dan de kop Harvard- onderhandelen.
Een tweede punt is de discussie over stijlen. Netjes opgenomen in
het boek, en keurig van de goede icoon voorzien, maar toch. Het
begrip "stijl" is in de cognitieve- en onderwijspsychologie nu
eenmaal een zodanig gereserveerd begrip dat het verwarrend kan
werken (een dergelijk kritiekpunt is ook aan te voeren tegen
onderhandelingsstijlen, leiderschapstijlen, etc.). Beter ware het te
spreken over strategieën. Strategieën zijn wendbaar, het gevolg van
een keuze, leerbaar, onderzoekbaar en contextueel. Binnen een
strategie kan iemand zijn eigen stijl hebben, die grotendeels
persoonsgebonden (en behoorlijk resistent) is. Een derde punt is
neutraliteit, het belangrijkste leerstuk van mediation. Dit boek
geeft een keurige afweging van het begrip neutraliteit en
onpartijdigheid en maakt dat praktisch door te spreken over het
demonstreren daarvan. Het prettige van dit onderdeel is dat alle
handvatten om een zinvolle discussie te houden nu op een rijtje
staan; al zou ik de laatste zin graag aanvullen met: een overmatige
demonstratie van neutraliteit mag het verloop van een mediation ook
niet vertragen … Tenslotte (maar ook dat is niet meer uit te
branden) - : heretiketteren is niet hetzelfde als reframen (of
hercontextualiseren). Zelfs al zijn daarvoor taalkundige argumenten
aan te voeren, de functie van een reframe is zo anders dat het
scherp onderscheiden moet worden van heretiketteren. Juist omdat
reframen zo krachtig is, is het belangrijk dat goed te definiëren,
zeker ook omdat het in een training zo moeilijk uit te leggen lijkt.
Dus gewoon allemaal terug naar de bron: Ervin Goffman’s Frame
Analysis! Hoe staat deze publicatie nu ten opzichte van andere?
Dit boek is een novum in de (internationale) mediation-literatuur.
Voor zover ik kan zien bestaat een dergelijke complete publicatie
nog niet, al zijn er hier en daar wel aanzetten en onderdelen. Een
internationale uitgave, met aanvulling of bijstelling op
praktijkverschillen in de UK en USA, is zeker te adviseren. Mensen
die kennis hebben van wat er internationaal in de wereld van
mediation speelt, weten ook dat er nogal eens bewonderend naar
Nederland gekeken wordt als het gaat over (de aanpak van) mediation
in ons land. Deze publicatie zou daarbij dan zeker een prachtige
ambassadeursfunctie kunnen vervullen.
Door de opzet van het boek laat het zich goed gebruiken voor
opleiding en training op verschillende niveaus. Als naslagwerk is
het praktisch voor de ingevoerde, maar voor de leek kan het nog een
klus zijn (maar dat is ook een karakteristiek van een toolkit).
Waarom is dit boek, naar mijn oordeel, een mijlpaal in de
ontwikkeling van mediation in Nederland? Om het maar eens beeldend
uit te drukken: Manon Schonewille heeft een aantal paden gekapt in
het grote bos van mediationtechnieken en -opvattingen, overal
richtingaanwijzers, interessante vergezichten, routebeschrijvingen,
gevaarlijke plekken en bruggetjes aangeduid. Zo heeft ze focus
gehouden op haar doel: het maken van een toolkit voor de mediator.
Daarbij heeft ze transparante keuzes gemaakt. Alle belangrijke
thema’s worden behandeld. Deze compleetheid heeft het grote voordeel
van de “one stop shop”. In die zin is dit boek op te vatten als de
“body of know-how”. Zo wordt de de belofte van een toolkit meer dan
waar en zal het boek zich een vaste plaats verwerven in de
vakliteratuur en ook niet gemakkelijk te verstoten zijn. Vanwege de
gebalanceerde aanpak en inhoud zou de halfwaardetijd van deze
know-how ook nog wel eens erg lang kunnen blijken te zijn. Dit
geeft andere publicisten ook de uitdaging en de verplichting zich
meer te gaan richten op het ontwikkelen van de “body of know-why”.
Dat het zo werkt en waarmee weten we nu dus wel, maar waarom het zo
werkt minder. Dit boek is ook een oorspronkelijke verzameling en
geeft goed de stand van zaken aan. In die zin sluit het ook een
stukje zoektocht van praktijkopleiders en ontwikkelaars af. Met deze
toolkit moet het kunnen. Het ware te wensen dat alle (toekomstige)
mediators dit weten en kunnen. Ik zou er voor willen pleiten deze
publicatie als enige bron voor de theorietoets te gaan gebruiken.
Het zou zo het nieuwe ijkpunt kunnen zijn, vanwaar we weer verder
kunnen ontwikkelen. Ad Kil Besproken is: M.A. Schonewille
(2005). Toolkit Mediation voor de mediator en onderhandelaar.